Skip to content

Man met wit hondje

Ooit werkte hij in de bouw

De man met het witte hondje

 

Je ziet hem ergens staan

te praten

 

Zijn bloemen zijn vertrokken

Zijn vrouw

Zijn baan

 

Je ziet hem ergens gaan

alleen

met het witte hondje

 

 

 

Advertenties

Onderweg

lange gedichten

zijn eindeloze reizen

langs wegen waar ik niet wil gaan.

 

Ergens in het veld staan 8 reeën

te grazen op afstand zodat ze

kunnen wijken

als je nadert

niet wetend dat jij verder reikt.

En dan staan er de gebouwen

en daken met ‘Jezus redt’

glanzend in de felle zon.

 

De wegen razen voort

en alles wat er staat, staat stil

en jij bent de passant

die nergens blijven wil

 

Op reizen staat geen maat:

Al dagen spreekt men over koffers

en handbagage

en wat wel

en niet

Terwijl niemand nog is vertrokken

maar wel geweest

en weer zal gaan.

 

Die ene ree een eind verderop

stond moederziel alleen

hoewel misschien daar in de struiken…

 

Een kerkgebouw met kerkhof

gaat over in industriële silo’s

duister verleden contrasteert met blinkend staal

 

Ik zit en wordt bewogen

bedenk het allemaal.

 

 

 

Reykjavik

Voor de huizen van de straat

in Reykjavik staat Odin.

De raven op zijn schouder

(of zijn het kraaien)

vormen vleugels om zijn hoofd.

Mijn zoon had nog gezien

dat ze het maakte

de jonge vrouw

ze vertelde over  IJsland

en knikte als ze

ja zei

en nog eens weer daarna

 

De jongen die model stond

Is ze nu alweer vergeten

zo ook Reykjavik

 

 

Ochtendritueel

(filmpje op facebook)

 

in de verte hoor je de klok

acht uur

werkdag vangt aan

riet buigt in de wind

het beeld draait van

rechts naar links

nog verder blijft de fantasie

uit het grauwe koude water

rijst het lichaam

van de oermoeder

 

de klok beiert over de klokslag

het land ligt onaangeroerd

onder grijze flarden

nieuwe grauwe dag

volumineuze welvingen

druipen over het gras

 

klanken sterven weg

vrouw schiet in omhulsels

badstof

 

aan de horizon

wordt het licht

 

*

 

 

 

 

Nog meer teruggevonden schrijfsels

Werkweek 2013

Er zijn mensen die sjokken
alsof hun laatste dag ten einde loopt
De moeizaamheid
De uitzichtloosheid
zich voortslepend tot het niet meer hoeft.

Zo’n man op dinsdag
tegen zessen
op het station van Zwolle
als een der laatsten in de rij
van reizigers
De werkdag ten einde
maar nog niet thuis.

De trein naar Leeuwarden 2013

Van Groningen tot Buitenpost
is de helft van de reis
De man die las
en naar buiten kijkt
is even ver van waar hij kwam
tot waar hij gaat.
De ogen in de duisternis
zien zichzelf weer
en komen niet tot rust

Na het afscheid 2013

De man droeg een midden grijs pak met een smal streepje
en een blauw overhemd waarin een klein buikje zich aftekende.
Hij had afscheid genomen.
In het bagagerek lagen een bos bloemen,
een witte grote tas, die bij het neerleggen naar een fles drank klonk
en nog een tasje van de Mitra met inhoud.
Daaroverheen had hij zijn overjas gedrapeerd.
Gedurende de reis hield hij zich bezig met zijn telefoon,
waarbij hij af en toe een klein zakwoordenboek raadpleegde.
Het was gezien het tijdstip mogelijk iemand die
van een bestuur afscheid had genomen
en op weg was naar huis.
Tussen zijn zitplaats en de mijne
rolde een leeg Fanta flesje heen en weer.

Eeuwige liefde 2015

Ik schrijf een zin
in de hoek van de kamer
zodat je
als je langskomt
en je voor het raam blijft staan
kunt lezen
wat ik je zeggen wil.

Ik schrijf een zin
op de muur
die je zien zal
in het voorbijgaan.

De zin die ik schrijf
om je te vertellen
blijf staan
ga voorbij
die zin
ga je lezen

Appel in kooitje 2013

Ik heb een appel aan de muur
in een klein houten kooitje.

Een groen-rode glanzende vrucht
in een getralied hokje met een slot.

Door de spijlen is ie goed te zien,
al valt onder de verkeerde hoek het steeltje weg.

Het moet zijn:
Er hangt bij mij een kooitje aan de muur
als behuizing voor een appel,
een Elstar of een Jonagold
‘k weet niet wat het mag wezen.

De appel verkleurd, verschrompeld, rot weg
En zal uiteindelijk verdwijnen.

Ik heb een kooitje aan de muur

Inspiratie 2014

Je moet er voor gaan zitten
de tijd nemen
wachten

En als het niet komt

langer wachten

Tot

En als het er is
nog langer wachten

tot het voorbij is
en je weer op kunt staan
om verder te gaan.

In een aantekeningenboekje gevonden

Opgeslagen (2014)

Er zijn er die nooit handgeschreven zijn geweest
gedichten, brieven, losse gedachten
niet neergeschreven op papier
niet vormgegeven
in een beeld van
letters, woorden
handgevormd

Vanuit het hoofd
geplaatst in nullen
en enen
Opgeslagen tekst
elektronisch in een geheugen verdwenen

Ochtendhumeur (2015)
Gedichten in de morgen
dat kan niet anders zijn
dan rijmgedrocht
van morgenstond
en zonnegloren
de dag vangt aan
en is terstond verloren
Ontbijt met worst
en sloten bocht
verbrandde mond
het kan me niet bekoren

Gekocht bij de Lidl in Dresden (2014)
Als je een idee opschrijft in een boekje
zoals dit (klein boekje, zwarte kaft)
dan lijkt het haast wel poëzie
maar blijft het slechts geschrijf
Ideeën zijn
dus wat men schrijft
in boekjes zoals deze
De gedichten die men leze

Een willekeurige dinsdagochtend (2015)
De stad heeft ’s morgens iets onbevangens,
iets poëtisch

de man die
loopt of hij de hele
dag nog de tijd heeft
om te komen waar
hij moet zijn

de degelijke stadsfiets
met twee rechthoekige fietstassen
in het portiek van
het rennershuis
waar achter het glas (in de schemering)
de racefietsen staan opgesteld

Een auto rijdt vol gas door rood

WO1 (2015)

Het leger trekt
naar het front
jonge jongens
gaan juichend op pad

De fanfare blaast
er achter aan
Tuba, trombone, trommels
En van onder een
grootgeklepte pet
schettert ook een klarinet.

Jaren later
strompelen de ledematen
met omfloerste trom
naar huis terug

de jongens werden mannen
en alles is verloren

Toch geen aanrijding met een persoon (2015)

Een vrouw in een blauwe jas staat te wachten voor het spoor.
De voorbijrazende trein weerspiegeld in haar zonneglazen.
Achter haar een klinkerweg naar het verleden
En aan de andere kant van het spoor nog zo’n weg.

Als de trein voorbij is,
Blijft ze wachten tot het rode knipperlicht gedoofd is.
Er kan immers nog een toekomst zijn.

Station Zwolle
(2015)

Een man komt de trein binnen.
In zijn ene hand een lange aluminium stok
met daarom gewikkeld iets wat een vlag of vaandel kan zijn.
Boven zijn hoofd steekt uit zijn rugzak
iets dat lijkt op een pikhouweel.
De vlag posteert hij in de hoek naast de ingang van de coupé.
Als hij zijn rugzak af wil doen,
komen er twee Afrikaanse vrouwen achter hem de coupé binnen.
Ze zijn volumineus in wijde gewaden en slepen
enkele tassen en een boodschappentrolley mee.
De oudste draagt een grijze winterjas,
de jongere heeft een wollen omslagdoek.
De man zoekt tussen twee lege banken ruimte om
zich van zijn rugzak te ontdoen.
De vrouwen zoeken plaats voor hun equipage.
Verlost van zijn rugzak biedt de man aan
de boodschappentrolley in het bagagerek te leggen.
Er rolt een flesje drinken uit.
De oudste zijgt neer.
De jongste pakt een rode handtas en verdwijnt.
De bergbeklimmer heeft plaatsgenomen en kijkt
over een half brilletje tevreden toe.
Als de trein vertrekt keert de jongere vrouw terug.

De wandelaar (2010)

Hij ging te voet
maar nergens heen
Zijn reisdoel was zijn huis
Op weg te zijn
een steeds verschuivend perspectief
in een eindeloze tijd
De droom van verder
en terug
Lege benen bewegen voort

De dag dat hij vertrekken zou
kwam sluipend dichterbij
Hij wist het niet
bewoog slechts nog
tot het einde van zijn tijd

De kring sloot
langzaam om hem heen
verdrietig om zijn lot
te gaan, maar steeds weer
nergens heen

vertrek (2006)

de dag dat je vertrekken zult
staat het dan eindelijk op je stoep
te laat
je koffers zijn gepakt
geluk
of wat je denkt dat het zal zijn
te wachten voor je deur

je lacht het toe
en wijst het af
het vertrek komt aan
en dus ga jij
vastbesloten als je bent

de deur valt achter je in het slot
de stoep is slechts een pas
de toekomst wacht vol ongeduld
en dat ongeduld ben jij

eerst kijk je niet om
omdat je sterk wilt zijn
geen twijfels en geen spijt
maar gaande weg…
ach nee, waarom
lonkt toch een vergezicht

je neemt jezelf aan de hand
keert zeker niet terug
geluk komt vast nog wel eens langs
als de deur achter je sluit