Spring naar inhoud

De recensent

24 oktober 2010

Kun je het werk van iemand stuitend vinden? Het gaat hier om schilderkunst. Kun je de werken van een kunstenaar stuitend vinden? Natuurlijk!

In de geschiedenis van de schilderkunst is er al heel wat gemaakt, dat als stuitend werd ervaren. Meestal ging het dan om een nieuwe weg die werd ingeslagen. Kunstenaars die braken met de traditionele opvattingen. Impressionisten, expressionisten, maar ook eerder al: iemand als Rembrandt, die brak met het traditionele beeld van het schuttersportret. Vaak luidde zo’n breuk met de traditie een nieuwe tijd in, waarin het werk naderhand zijn waardering kreeg. Het was een kwestie van wennen, hoewel in de stromingen die in de twintigste eeuw ontstonden, nog steeds werken ontstaan, die door menigeen als stuitend worden ervaren. Soms is dat de bedoeling van de kunstenaar. Het is niet de bedoeling om het publiek te behagen, maar om het publiek aan het denken te zetten. Soms ook is het werk voor menigeen onbegrijpelijk. Men snapt niet wat het kunstwerk voorstelt of waar het naar verwijst. Het is geklieder en zonde van het materiaal en het geld. In kleinere kring is er echter wel waardering en voor de rest is het niet zo zeer stuitend, als wel iets wat men negeert, links laat liggen. Zolang zij er niet aan mee hoeven te betalen, vinden ze het wel best.

 

Afgelopen weekend bezocht ik samen met mijn vrouw een kunstroute in een dorp. Er was werk van meer dan veertig kunstenaars te zien: rijp en groen, zoals dat vaker bij kunstroutes het geval is. Er zitten juweeltjes tussen, maar ook aandoenlijke dilettanten, vaardige beroepskunstenaars , verdienstelijke amateurs en zoekenden. Al met al een aardige tijdspassering. Meestal selecteer je op basis van de bijbehorende folder, waar je in ieder geval wilt gaan kijken en welke adressen eventueel wel overgeslagen kunnen worden. Dit keer lukte het echter om alle adressen te bezoeken, wat ook kwam door het feit dat werk van meerdere kunstenaars op drie grotere locaties waren samengebracht: in het dorpshuis, de kerk en een boerenschuur. Bleven er nog veertien andere locaties over, waar soms ook nog werk van meerdere personen te zien was.

 

Een naam die ons opviel in de folder was die van een recensent voor beeldende kunst van de regionale krant. Het was dus interessant om te zien wat voor werk hij zelf maakt, omdat dat mogelijk de visie van waaruit hij recenseert aan het licht zou brengen. De man woont nabij de kern van het dorp, op de vroegere route van de hoofdweg naar de kerk in een pand dat er al zeker een eeuw staat. Pijlen op de oprit en het plaatsje naast het huis verwezen ons naar achteren. Een spoor door een zompig grasveld wees vervolgens de weg naar een tuinhuisje, waar de kunstenaar resideerde. Het tuinhuisje stond achter in een grote tuin, die gekenmerkt werd door lang gras en een enkele fruitboom. Tuinieren was kennelijk niet de hobby van de bewoners.

In het tuinhuisje waren nog enkele bezoekers en daarom moesten wij buiten wachten. De geur van olieverf dwarrelde naar buiten en om het hoekje zagen wij een bruinige gloed van naakten. Eenmaal binnen bleek ook op de ezel, die links naast de deur stond een bruinig naakt te staan. Aan de wanden hingen ook dergelijke naakten in klassieke standen.

De kunstenaar bleek een oudere man in een keurig blauw pak. Geen modieus pak, maar een kostuum dat je met goed fatsoen naar kantoor aan kunt. Zijn gelaat verraadde dat hij regelmatig buiten verkeerde, maar maakte ook een vermoeide indruk.

Op een tafeltje rechts naast de ezel lag een grote glasplaat, dat als palet diende. Midden op stond een flesje medium en langs linker- en bovenkant zat de verf in een aaneengesloten reeks met dikkere klodders als eilandjes tussen de mengkleuren. Op dat palet gebeurde het, vertelde de kunstenaar. En ter demonstratie mengde hij met een klein paletmes vlekjes verf in diverse tonen. Hij gebruikte: napelsgeel, gebrande sienna, kobaltblauw en wit. Dat waren ook de enige kleuren, die op zijn palet zaten. Volgens zijn zeggen ging het om tonaliteit en verzadiging. Hij toverde opeens vanaf de grond een schilderijtje te voorschijn, waar geen naakt opstond en waarop ook meer uitgesproken kleuren zichtbaar waren: geel en blauw. Het betrof hier een oefening. Het deed me denken aan de middelbare school, waar we in de eerste klas bij tekenles, vlakjes moesten inkleuren met mengkleuren van de ene kleur naar de andere.

Hij bleek ook nog een schilderij van een hoed te hebben, dit keer wel in het zelfde kleurengamma als dat van de naakten. Ook hier ging het om een oefening in tonaliteit en verzadiging.

Waarom vond ik dit alles stuitend, vroeg ik me af. Want ik vond het stuitend. Iemand die het werk van anderen recenseert, houdt zichzelf bezig met een traditionele academische benadering van kunst. Op zich moet dat kunnen en daarbij is het zo dat nog hele volksstammen die traditionele academische manier van werken prachtig vinden, maar moet je vanuit dat perspectief naar kunst kijken.

Het beheersen van de traditionele academische manier van werken getuigt van een bepaald vakmanschap, maar om het kunst te laten zijn is meer nodig, net zo als dat langs een andere weg gemaakte werkstukken het predicaat kunst terecht kunnen verdienen.

De opvattingen van de recensent bleken erg eenzijdig te zijn en dat stuitte me tegen de borst.

 

Gelukkig waren er in dat dorp kunstenaars, die meer inspirerend waren.

 

Advertenties

From → Geen categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: